Landgoed Grootstal als vruchtbare voedingsbodem: ‘Alles voor volgende generaties’
Bron: De Gelderlander
Een vruchtbare voedingsbodem voor vernieuwende landbouw, die ontstaat op Landgoed Grootstal. Dat is te danken aan Kien van Hövell tot Westerflier die de regie over de pacht terug in handen heeft genomen.
Een pauw begroet de bezoekers van Landgoed Grootstal met een luide kreet. „Een paradijselijke vogel”, zegt Kien barones Van Hövell tot Westerflier (65) als het dier statig voorbij schuifelt en zich van dichtbij laat bewonderen.
„De adembenemende schoonheid van de natuur, daar hecht ik aan. Ik kan ook gelukzalig worden van een plekje op een slablaadje omdat ik weet welk prachtig insect daaraan geknabbeld heeft. Op Grootstal hebben we alles in huis om nieuwsgierigheid en verwondering voor de natuur aan te wakkeren.”
Dat is wat ze hoopt mee te geven aan mensen die haar landgoed bezoeken. En lokale duurzame voeding is daarin de sleutel. Daarover wil ze het gesprek stimuleren.
Tuinderijen
Het terrein op de grens van Nijmegen en Malden is geen openbaar terrein waar je de hond mag uitlaten. Maar wekelijks komen er een paar honderd mensen naartoe. Om groenten te halen bij de kleinschalige tuinderijen, om vrijwillig mee te helpen, om duurzame streekproducten te kopen in het onbemande winkeltje. Of voor een bijeenkomst in Het Lab, een houten paviljoen dat zelfs voor uitvaarten gebruikt kan worden.
Het past allemaal binnen de visie die ze zo’n twintig jaar geleden heeft ontwikkeld, toen de natuurwaarde van het landgoed onder druk stond. „We hadden onze gronden verpacht aan agrariërs die met steeds grotere en zwaardere machines het land op gingen, met kunstmest en bestrijdingsmiddelen. De bodem raakte uitgeput, de biodiversiteit ging achteruit. We zagen geen kwartels en fazanten meer lopen”, zegt ze.
Samen met twee andere landgoedeigenaren trok Van Hövell de conclusie dat het roer om moet bij de voedselproductie, en dat zij, als grondbezitters, daarin een voortrekkersrol kunnen spelen.
„Ik heb geprobeerd de pachters mee te krijgen maar dat lukte niet. Als verpachter heb je niets te zeggen over hun bedrijfsvoering, ze kunnen hun gang gaan. De druppel was dat onze grond werd doorverpacht aan iemand die hier 1,5 miljoen boompjes wilde kweken om te exporteren naar China. De verkoop van landbouwgrond binnen de familie was een natuurlijk moment om de pacht via afkoop te beëindigen.”
Regie in handen nemen
Zo nam Grootstal de regie terug in handen. Sindsdien wil ze bewijzen dat het mogelijk is om met kleinschalige stadslandbouw de bodem te verbeteren. Dus verpacht ze de grond alleen nog aan partijen die deze langetermijnvisie onderschrijven. Zoals moestuin Het Heerlijke Land, waar abonnementhouders zelf hun groenten kunnen oogsten. Of de Heerlijke Bosgaard, een zelfpluk-voedselbos dat onder leiding van Arbres wordt aangelegd met mensen die er werkervaring opdoen in een prikkelarme omgeving.
Met coöperatieve boerderij Herenboeren is ze in een vergevorderd stadium. Die is al wel begonnen op Grootstal maar het pachtcontract is nog onderwerp van goed overleg. „Zij telen biologisch maar dat levert nog niet genoeg veerkracht aan de bodem om klimaatverandering te kunnen opvangen. Regeneratieve landbouw doet dat wél: met die methode verbeter je de bodem, je voegt veel organisch materiaal aan de grond toe. Daarmee krijg je gewassen die meer voedend zijn, en een bodem die beter bestand is tegen extreme droogte of extreme regenval.”
Haar inzet is hoog. „Wij zijn landelijk een voorbeeld dus ik kan niet zeggen: doe maar een tandje minder. Maar ik ga altijd uit van het wederzijdse belang. Bij transities heb je elkaar nodig.”
Volgende generatie
Iets bezitten is verantwoordelijkheid nemen voor de toekomst, vindt ze. „Een landgoed is daarom vaak een bron van vernieuwing. We zijn supermodern, hebben een nieuwsgierige honger naar morgen. We hebben Grootstal te leen van de volgende generatie en moeten ervoor zorgen dat we het beter achterlaten”, zegt ze. „Ik wil straks een zelfredzaam landschap nalaten dat floreert, met betrokkenheid van de burgers uit de stad. Dit is geen openluchtmuseum maar een plek die zich blijft vernieuwen. Alleen dan blijft het fit en vitaal.”
Bron foto’s en tekst : De Gelderlander