Boeren blog: Altijd wat met die Huttentut
Voor het vakblad Sterke Erven schrijft Howard Koster iedere maand een column over de ervaringen bij de opstart van burgerboerderij de Biesterhof. Soms tracht hij deze ervaringen in een bredere context te plaatsen, soms houdt hij het klein.
Huttentut. Klinkt als een verzonnen woord, uit de pre-woke tijdperk nog wel.. Maar eigenlijk is het een plantje in de brassica familie, Latijnse naam Camelina sativa. Lijkt het meeste nog op koolzaad, alleen zijn zaad en plant een stuk fijner.
Het is een oud gewas dat vroeger in Nederland ook geteeld werd voor de olie. Sommige mensen kennen het misschien onder de naam ‘vlasdodder’ (false flax in het Engels) omdat het als onkruid voorkwam in de middeleeuwse vlasteelt. Maar de landbouwgeschiedenis van huttentut gaat verder terug: er is bewijs (de maaginhoud van veenlijken) dat dit gewas 2 tot 3.000 jaar geleden al in West-Europa verbouwd werd op zogeheten raatakkers (Celtic fields).
perfect?
Huttentut zaai je in het vroege voorjaar, en eind april kan het al beginnen met bloeien. Het heeft weinig bemesting nodig en is van bestuiving afhankelijk. Het is dan ook een gulle gever van nectar en stuifmeel aan de bestuivende insecten en daarmee goed voor de biodiversiteit. Huttentut olie is gezond door veel Omega 3- 6- en 9-vetzuren en antioxidanten, heeft een aparte bijna nootachtige smaak en kan goed gebruikt worden als bijvoorbeeld vervanging van olijfolie.
Lijkt dus een perfect gewas voor in onze extensieve, biologische gewasrotatie en vanaf ons eerste jaar op de Biesterhof (2022) telen wij het dan ook al op 1-2 hectare. Qua afzet vindt het gretig aftrek in de webshop van Land van Ons (30.000+ leden) en ook in onze eigen boerderijwinkel verkoopt het goed.
Er is echter een maar… Jammer genoeg is er bijna altijd wel een maar…
…maar lastig
Door het superfijne zaad moet huttentut echt op iets van 0,5 centimeter diepte worden gezaaid. Het heeft dus een superfijn zaaibed nodig, wat vaak lastig is bij ons op het klei. In de eerste fase van groei is het gewas erg onkruid gevoelig, en ook zijn wij er nog niet in geslaagd om opbrengsten van meer dan 2 ton per hectare te halen (vaak aanzienlijk lager zelfs). Als je dan bedenkt dat er ongeveer 25% olie uit geperst kan worden dan heb je per hectare slechts 500 liter olie. Dat wordt dan automatisch hele dure olie.
Dit jaar kwam de huttentut heel slecht op. Een combinatie (denk ik) van een te grof zaaibed en een droge periode na het zaaien. Wat wel opkwam was heel veel onkruid (melde). Ik heb daarom de huttentut weer ondergewerkt, en dit jaar hebben we voor het eerst geen huttentutoogst.
verrassing
Kortom, ik was er een beetje klaar mee en stond op het punt om een streep door de huttentutteelt te halen, toen voedselbosboerin (en partner) Claudi mij eind april meenam naar het achterste deel van ons voedselbos. Vorig seizoen had ze hier rond september een groenbemester gezaaid om er vervolgens in de winter jonge productiebomen te planten. Zij had daarbij een paar kilogram oud, overgebleven huttentutzaaizaad door de groenbemester heen gemengd, en die huttentut stond er echt ongelooflijk florissant bij. Groter, sterker en uitbundiger bloeiend dan dat ik het ooit op mijn akkers had gezien! “Misschien moet je het wel als wintergewas gaan telen?” stelde ze voor.
Navraag leerde mij dat er wel wintervarianten bestaan en dat het onder andere in Polen, Canada en Frankrijk zo geteeld wordt. Via de Nederlandse startup Regenrate heb ik nu twee rassen Franse winterhuttentut besteld om in mengteelt met witte klaver op 2ha te zaaien. Kijken wat ie doet.
Het enige is dat het zaaizaad er vanuit Frankrijk al begin vorige week had moeten zijn, maar niemand kan mij vertellen waar het is. ‘Diep zucht’…. altijd wat met die huttentut.